De veelgestelde vragen

Hier vindt u de veelgestelde vragen over de windmolen. Staat uw vraag er niet tussen? Neem dan gerust contact met ons op door een e-mail te sturen naar info@windmolenplantion.nl

Over Windmolen Plantion

Wie zijn de initiatiefnemers van Windmolen Plantion?

Plantion, ValleiEnergie en Pure Energie hebben samen het plan om een windmolen te plaatsen op het terrein van Plantion aan de Wellensiekstraat in Ede, op Bedrijventerrein BT A12.

 

Plantion
Plantion is een marktplaats voor bloemisten, hoveniers en detaillisten (www.plantion.nl). Het bedrijf verkoopt niet alleen groene producten, maar heeft ook een groene bedrijfsvisie. Plantion streeft naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering en heeft daarom onder andere een energiezuinig gebouw, aan de Wellensiekstraat in Ede. In 2016 zijn 18.500 zonnepalen op de daken van Plantion geplaatst. Dit is voldoende om 40 procent van het totale jaarlijkse elektriciteitsverbruik van Plantion op te wekken.

 

ValleiEnergie
ValleiEnergie is een coöperatie die zich inzet om lokaal groene stroom op te wekken voor lokaal gebruik (www.valleienergie.nl). Zo wil ValleiEnergie het gebruik van fossiele brandstoffen terugdringen. De coöperatie levert 100 procent groene energie.

 

Pure Energie
Pure Energie is een duurzaam energiebedrijf (www.pure-energie.nl). Al 25 jaar werkt het bedrijf aan de verduurzaming van Nederland door eigen windmolens en zonneparken te realiseren. Iedereen, zowel particulier als bedrijf, kan de groene stroom uit deze windmolens en zonneparken afnemen door klant te worden. Pure Energie heeft kennis van alle facetten: van locatieonderzoek, planologische procedure en omgevingsproces tot bouw en beheer van de windmolens en het leveren van de groene stroom. Pure Energie is ook de exploitant van de twee bestaande windmolens in Ede.

 

Ambitie van Plantion

Plantion wil graag het eigen elektriciteitsverbruik verder verduurzamen. Directeur Peter Bakker geeft aan dat de visie van Plantion is dat het bedrijf klimaatneutraal opereert. “Met de bouw van ons complex is hier invulling aangegeven door te investeren in een warmte-koude opslag. In 2016 hebben we deze visie onderstreept met de aanleg van een zonnepaneleninstallatie. Door de windmolen zal ons doel klimaatneutraal te zijn, worden afgerond. Na de klimaatconferentie van Parijs is het ons duidelijk dat we allemaal onze klimaatbijdrage moeten leveren. Plantion wil hierbij vooroplopen”, aldus Peter Bakker.

 

Zo is het idee ontstaan voor een windmolen op het terrein van Plantion. Omdat Plantion de windmolen niet zelfstandig wil ontwikkelen en exploiteren, is samenwerking gezocht met Pure Energie. Vervolgens zijn Pure Energie en ValleiEnergie een samenwerking aangegaan. De insteek hiervan is dat zowel ValleiEnergie als Pure Energie 50 procent van de windmolen in eigendom krijgt en exploiteert. Het wordt dus één windmolen met twee exploitanten. Inwoners en bedrijven uit de omgeving kunnen lid worden van ValleiEnergie, mee-investeren en zijn zo met elkaar mede-eigenaar van de windmolen. Pure Energie en ValleiEnergie maken samen het plan voor de windmolen en zullen deze samen realiseren. 

Waar komt de windmolen te staan?

Wij willen een windmolen realiseren op het terrein van Plantion aan de Wellensiekstraat in Ede, op het Bedrijventerrein BT A12. De beoogde windmolen komt daarmee in de buurt van de twee bestaande windmolens. Hieronder ziet u een plattegrond met daarop een gele cirkel. Dat is de locatie van de beoogde nieuwe windmolen. De groene cirkels zijn de bestaande windmolens. 

 

Wat levert deze windmolen aan energie op?

De opbrengst is mede afhankelijk van welk type windmolen er uiteindelijk komt te staan. Maar de opbrengst van de beoogde windmolen zal naar verwachting 12.000.000 kWh (kilowattuur) per jaar zijn. Dat is evenveel als de twee bestaande windmolens in Ede samen opwekken en evenveel als gemiddeld 4.000 huishoudens per jaar gebruiken.

De windmolen die is beoogd op het terrein van Plantion is groter dan de bestaande windmolens in Ede. Daardoor wekt deze windmolen veel meer op. Als de wieken twee keer zo lang worden, wekt een windmolen vier keer zoveel op. Meer over het belang van de hoogte van een windmolen leest u in dit artikel.

Wat voor type windmolen wordt er geplaatst?

Er is op dit moment nog geen bepaald type windmolen gekozen vanwege de innovatie van windmolens. Er komen steeds nieuwe en betere windmolens, die ontwikkeling gaat alsmaar door. Door niet bij voorbaat een exact type windmolen te kiezen, is er de ruimte om bij het daadwerkelijk verlenen van de vergunning de beste windmolen te kiezen die op dat moment beschikbaar is. Als al wel geruime tijd vóór het verkrijgen van de vergunning een bepaald type windmolen wordt gekozen, is er de kans dat deze windmolen bij de start van de bouw is ingehaald door nog betere molens of mogelijk zelfs niet meer wordt gemaakt door windmolenfabrikanten. Dat wordt voorkomen door nu uit te gaan van maximale afmetingen en de exacte windmolen later te kiezen.

 

Uit de eerste onderzoeken lijkt het mogelijk om een windmolen te realiseren met een ashoogte van maximaal 135 meter en een rotordiameter van maximaal 136 meter. Nader onderzoek zal uitwijzen hoe groot de windmolen exact wordt, maar de windmolen krijgt zeer waarschijnlijk dergelijke afmetingen.

Hoe groot wordt de windmolen?

Er is nog geen keuze voor een bepaalde hoogte of een bepaald windmolentype gemaakt. Daarom wordt voor de onderzoeken en visualisaties een voorbeeld-windmolen gebruikt. Hierbij zijn we uitgegaan van windmolens met een maximale ashoogte van 135 meter en een maximale rotordiameter van 136 meter. Dat betekent dat een wiek dan 68 meter lang is. De maximale tiphoogte (het bovenste puntje als de wiek recht overeind staat) is dan 203 meter. Het voornemen is een vergunning aan te vragen voor een windmolen met naar verwachting deze afmetingen. 

Dat is groter dan de twee bestaande windmolens. Deze hebben een ashoogte van 99,5 meter, een rotordiameter van 101 meter en een tiphoogte van 150 meter.

 

Hieronder ziet u een illustratie die termen als ashoogte en rotordiameter uitlegt:

 

 

Waarom worden windmolens hoger?

De landelijke trend is dat windmolens steeds groter worden. In de huidige plannen voor windmolens in Nederland wordt over het algemeen uitgegaan van windmolens met een tiphoogte van minstens circa 200 meter en veelal nog hoger. Maar waarom worden windmolens steeds hoger? Dat heeft ermee te maken dat grotere windmolens (veel) meer opwekken. Een windmolen waarvan de wieken twee keer zo lang zijn, wekt vier keer zoveel op. Door windmolens grote wieken te geven en deze vervolgens op grote hoogte te laten draaien, wekken ze veel meer duurzame elektriciteit op. De Nederlandse overheid wil dat er zoveel mogelijk duurzame energie wordt opgewekt tegen zo laag mogelijke kosten. Grotere windmolens zorgen ervoor dat de kosten om duurzame energie te maken fors dalen. In dit artikel kunt u daar nog veel meer over lezen.


Een grotere windmolen mag niet meer geluid veroorzaken op de gevel van een woning of meer slagschaduw veroorzaken dan een kleinere. Een grotere, nieuwe windmolen kan bijvoorbeeld zelfs stiller zijn dan een kleinere, oude windmolen doordat de nieuwste technieken op bijvoorbeeld het gebied van geluidsreductie in die nieuwe molen zijn toegepast.

 

Hieronder zit u een visualisatie van de bestaande windmolens in Ede en de windmolen bij Plantion, gezien vanaf de snelweg A30. De nieuwe windmolen (rechts in beeld) heeft in deze visualisatie een ashoogte van 135 meter en een rotordiameter van 136 meter.

 

Waait het wel hard genoeg in Ede?

Ja, het waait hard genoeg. Zo staan er al enkele jaren twee windmolens op het bedrijventerrein BT A12 in Ede. In 2019 wekten deze windmolens gezamenlijk circa 12.000.000 kilowattuur (kWh) op. Dat is evenveel als gemiddeld 4.000 huishoudens per jaar gebruiken.

 

Het klopt uiteraard dat het bijvoorbeeld aan de kust en op zee harder en vaker waait. Maar dat betekent niet dat Ede ongeschikt is voor windmolens. Het gaat bij windmolens om de windsnelheid op grote hoogte. Daar waait het harder en constanter. De wind wordt op die hoogte niet onderbroken door bijvoorbeeld gebouwen en bomen. Daarom zijn windmolens groot en hebben ze lange wieken. Daardoor vangen ze veel wind in die hogere luchtlaag en wekken veel stroom op.


Een windmolen wekt al stroom op vanaf een windsnelheid van circa drie meter per seconde. Dat is ongeveer windkracht twee. Uit windkaarten blijkt dat de gemiddelde windsnelheid in de gemeente Ede op 135 meter hoogte (naar waarschijnlijkheid de maximale ashoogte voor de windmolen) ruim 7 meter per seconde is. Dat is zeker voldoende voor een windmolen om veel duurzame elektriciteit op te wekken.

Waarom zijn er windmolens nodig?

Beschikbaarheid van energie vinden we vanzelfsprekend; het licht in huis doet het altijd. Maar we staan er vaak niet bij stil dat de productie van energie uit aardgas of steenkool blijvende schade toebrengt aan ons leefmilieu. Bij de verbranding van deze brandstoffen komen namelijk schadelijke gassen vrij. Denk aan het broeikasgas CO2 dat tot verandering van ons klimaat leidt.


Ook raken de fossiele brandstofvoorraden op de lange termijn op. In de afgelopen jaren is de vraag naar energie dermate toegenomen dat er gezocht moet worden naar duurzame alternatieven. Internationaal is een klimaatverdrag afgesproken (‘het akkoord van Parijs’) om de uitstoot van CO2 te verminderen. De doelstelling is dat Nederland in 2030 49% minder CO2 uitstoot. Daarvoor moet onder andere de opwekcapaciteit fors worden uitgebreid. Naast zonne-energie, bio-energie en aardwarmte zijn er ook windmolens nodig. Samen met maatschappelijke organisaties heeft de Nederlandse regering het Klimaatakkoord gesloten om vaart te maken met de opwekking van duurzame energie.

Ambitie van gemeente Ede
Windmolens zijn nodig om genoeg duurzame energie op te wekken. Zo is het de ambitie van de gemeente Ede om in 2050 energieneutraal te zijn. Er wordt dan evenveel energie duurzaam opgewekt als er wordt gebruikt in Ede. Dit is een grote opgave. Het energieverbruik in de gemeente moet fors omlaag, er zijn veel zonnepanelen op daken en zonnevelden nodig én extra windmolens. Alleen door alle duurzame technieken in te zetten, is deze ambitie haalbaar.

 

De gemeente heeft als doel dat in 2022 20 procent van de energie in Ede duurzaam wordt opgewekt. Daarom wil de gemeente dat er in 2022 onder andere 100.000 zonnepanelen op daken zijn bijgekomen, dat er 50 hectare zonnevelden zijn geplaatst, er een plan ligt voor twee nieuwe windmolens en dat twee nieuwe windmolens zijn gebouwd.

 

De gemeente heeft voorkeur voor windmolens langs de snelwegen A12 en A 30 nabij de bestaande windmolens. Dit is ook vastgelegd in de 'wind- en zonnewijzer' van de gemeente waarin spelregels voor het ontwikkelen van wind- en zonprojecten zijn benoemd. Klik hier voor meer informatie. Ook in het concept-bod van de Regionale Energiestrategie Foodvalley waar Ede aan deelneemt staat deze voorkeur aangegeven.

 

Ambitie van Plantion
Ook bedrijven moeten verduurzamen. Plantion wil daaraan bijdragen en graag het eigen elektriciteitsverbruik verder verduurzamen. Directeur Peter Bakker geeft aan dat de visie van Plantion is dat het bedrijf klimaatneutraal opereert. “Met de bouw van ons complex is hier invulling aangegeven door te investeren in een warmte-koude opslag. In 2016 hebben we deze visie onderstreept met de aanleg van een zonnepaneleninstallatie. Door de windmolen zal ons doel klimaatneutraal te zijn, worden afgerond. Na de klimaatconferentie van Parijs is het ons duidelijk dat we allemaal onze klimaatbijdrage moeten leveren. Plantion wil hierbij vooroplopen”, aldus Peter Bakker.


Zo is het idee ontstaan voor een windmolen op het terrein van Plantion. Omdat Plantion de windmolen niet zelfstandig wil ontwikkelen en exploiteren, is samenwerking gezocht met Pure Energie. Vervolgens zijn Pure Energie en ValleiEnergie een samenwerking aangegaan. De insteek hiervan is dat zowel ValleiEnergie als Pure Energie 50 procent van de windmolen in eigendom krijgt en exploiteert. Het wordt dus één windmolen met twee exploitanten. Inwoners en bedrijven uit de omgeving kunnen lid worden van ValleiEnergie, mee-investeren en zijn zo met elkaar mede-eigenaar van de windmolen. Pure Energie en ValleiEnergie maken samen het plan voor de windmolen en zullen deze samen realiseren. 

Eerste onderzoek naar geluid

We hebben een eerste onderzoek laten doen naar het geluid van de windmolen op het terrein van Plantion. Daaruit blijkt dat de windmolen lijkt te kunnen voldoen aan de geluidsnorm. We laten dat nu nog uitgebreid onderzoeken, als onderbouwing voor de vergunning die we willen aanvragen.
In dit eerste onderzoek is gerekend met een windmolen met de afmetingen die we beogen en die relatief veel geluid maakt. Hieronder ziet u een plattegrond uit dat eerste geluidsonderzoek. De rode lijn rondom de windmolen geeft aan waar de grens van Lden 47 dB ligt waaraan moet worden voldaan bij gevoelige objecten, zoals woningen van derden. Hoe verder bijvoorbeeld een woning buiten deze cirkel ligt, hoe kleiner de kans dat de windmolen vanaf die plek hoorbaar is.

 

 

Meer informatie over geluid kunt u hierboven vinden bij de vraag Hoe zit het met geluid? onder Over Windmolens.

Eerste onderzoek naar slagschaduw

We hebben een eerste onderzoek laten doen naar de slagschaduw van de windmolen op het terrein van Plantion. Daaruit blijkt dat de windmolen lijkt te kunnen voldoen aan de slagschaduwnorm. We laten dat nu nog uitgebreid onderzoeken, als onderbouwing voor de vergunning die we willen aanvragen.

 

In dit eerste onderzoek is gerekend met een windmolen met de afmetingen die we beogen. Hieronder ziet u een plattegrond uit dat eerste slagschaduwonderzoek.

 

De grijze lijn rondom de windmolen geeft aan waar 15 uur slagschaduw per jaar wordt veroorzaakt.

De rode lijn rondom de windmolen geeft aan waar 5 uur slagschaduw per jaar wordt veroorzaakt.

De groene lijn rondom de windmolen geeft aan waar 0 nul slagschaduw per jaar wordt veroorzaakt.

 

Een belangrijk opmerking bij deze plattegrond is dat deze laat zien hoeveel slagschaduw er wordt veroorzaakt als er geen maatregelen worden getroffen. In het uitgebreidere onderzoek dat nu wordt uitgevoerd, wordt ook in beeld gebracht wat er nodig is om te voldoen aan de slagschaduwnorm. Dat betekent dat de windmolen af en toe moet worden stilgezet om de hoeveelheid slagschaduw te beperken. Dat kan ervoor zorgen dat adressen die volgens onderstaande plattegrond slagschaduw kunnen ervaren dat in werkelijkheid minder of niet zullen ervaren. Onderstaande plattegrond laat zien wat er maximaal aan slagschaduw is te verwachten.

 

Meer achtergrondinformatie over slagschaduw leest u hier.

 

 

Wat is de planning?

Het is lastig om daar op dit moment precieze details over te geven. Het streven is om in 2020 alle benodigde onderzoeken af te ronden en in de tweede helft van 2020 een vergunning voor de windmolen aan te vragen. Daarbij worden vanzelfsprekend de wettelijke procedures en bijbehorende inspraakmogelijkheden gerespecteerd. Via onze nieuwsbrief en deze website houden we u op de hoogte van de stand van zaken en de voortgang.

Wat is de procedure?

De exacte procedure die wordt gevolgd, is op dit moment nog niet bekend. Het is aannemelijk dat wij een vergunning aanvragen waarmee wij op de locatie van de windmolen tijdelijk kunnen afwijken van het huidige bestemmingsplan. Deze vergunning wordt tijdelijk verleend (naar verwachting voor een periode van circa 25 jaar). Als de windmolen na de exploitatietermijn weer wordt verwijderd, geldt voor die locatie dan weer de oorspronkelijke bestemming.
Zodra er meer duidelijk is over de procedure voor de vergunning en wanneer u bijvoorbeeld formeel kunt reageren op het plan, melden we dat via onze nieuwsbrief en website.

Informatie en participatie

Hoe blijf ik op de hoogte?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief door onderaan deze pagina op de aanmeldbutton te klikken. Of bekijk regelmatig onze website. 

Hoe stel ik een vraag?

Mail ons op info@windmolenplantion.nl. Wij nemen dan zo snel mogelijk contact met u op. U kunt ook bellen met Matthijs Oppenhuizen van Pure Energie op 06 – 57870755.

Hoe kan ik (financieel) participeren?

Onderdeel van het plan voor deze windmolen is dat de omgeving er (financieel) in kan participeren. Dat kan op de volgende manieren:

  1. We stellen voor een omgevingsraad in te richten waaraan omwonenden, bedrijven en maatschappelijke organisaties uit de omgeving deelnemen. Samen met de deelnemers kunnen we het plan bespreken. Daarbij kan de omgeving ons ook advies geven, bijvoorbeeld hoe we goed kunnen communiceren over het plan.

  2. Energiecoöperatie ValleiEnergie en duurzaam energiebedrijf Pure Energie zijn een samenwerking zijn aangegaan. De insteek van de samenwerking is dat zowel ValleiEnergie als Pure Energie 50 procent van de windmolen in eigendom krijgt en exploiteert. Het wordt dus één windmolen met twee exploitanten. Inwoners en bedrijven uit de omgeving kunnen lid worden van ValleiEnergie, mee-investeren en zijn zo met elkaar mede-eigenaar van de windmolen. In de samenwerkingsovereenkomst tussen ValleiEnergie en Pure Energie staat dat we samen de ontwikkeling van deze windmolen uitvoeren en betalen. Het wordt dus via ValleiEnergie mogelijk om financieel te participeren in de windmolen. Meer informatie over ValleiEnergie vindt u hier. Contactpersonen bij ValleiEnergie voor Windmolen Plantion zijn Yvonne Kleefkens (projectleider) en Paul Nagtegaal (directeur).

  3. We zijn voornemens een omgevingsfonds in te richten. Dat bestaat uit een bijdrage uit de opbrengsten van de windmolen. Die bijdrage is 0,50 euro per opgewekte MWh (megawattuur) voor een periode van 15 jaar lang. Ter indicatie: als de windmolen in een jaar 12 miljoen kWh opwekt, gaat er dat jaar 6.000 euro naar het omgevingsfonds. Waar dit omgevingsfonds voor wordt gebruikt, bepaalt in grote mate de omgeving zelf. Ook dit moet nog nader worden uitgewerkt. Dat kan bijvoorbeeld via de omgevingsraad.

Mocht u hierover vragen, suggesties of opmerkingen hebben of interesse in participatie in de omgevingsraad en/of financiële participatie, dan horen we dat graag. U kunt contact met ons opnemen hierover via info@windmolenplantion.nl of door te bellen met Matthijs Oppenhuizen van Pure Energie op 06 – 57870755.

Over windmolens

Hoe wordt bepaald of een locatie geschikt is voor een windmolen?

Om te bepalen of een locatie geschikt is voor een windmolen, wordt gekeken naar onder andere woningen in de omgeving, bedrijven, natuurwaarden, landschapswaarden, de aanwezigheid van hoogspanningslijnen, gasleidingen, wegen, wettelijke normen voor geluid en slagschaduw en natuurlijk of het er voldoende waait. Er wordt veel onderzoeken gedaan naar onder andere al deze thema’s om duidelijk te krijgen of de windmolen er kan staan, waarbij wordt voldaan aan alle regels en normen die hiervoor gelden.

Waarom bouwen we windmolens op land als het op zee zonder subsidie kan?

Ondanks de succesvolle ontwikkelingen van windmolens op zee zijn er ook windmolens op land nodig. Anders wekken we als land niet genoeg duurzame energie op. Verder zijn er ook veel zonnepanelen nodig (op daken en op velden), aardwarmte, energiebesparing, biomassa en wellicht nog wel meer duurzame bronnen en technieken. Het plaatsen van windmolens op zee wordt goedkoper, maar dat heeft daar geen invloed op. Ook in het landelijke Klimaatakkoord dat ervoor moet zorgen dat in 2030 Nederland 49% minder CO2-uitstoot, is uitgesproken dat er naast windmolens op zee ook veel windmolens én zonnepanelen op land nodig zijn.

 

Daarnaast klopt het niet dat windmolens op zee geen subsidie krijgen. Deze krijgen ook subsidie, maar dan vooraf en in natura.

 

Bij windmolens op zee stelt de overheid het gebied waar de molens komen ter beschikking. De overheid laat ook alle voorbereidingen op eigen kosten uitvoeren. Dat zijn bijvoorbeeld alle onderzoeken die moeten worden gedaan, de (gerechtelijke) procedures die nodig zijn voor de vergunning en het contact met betrokkenen uit de omgeving. Ook de netaansluiting – de kabel waarmee de stroom van de windmolens op het elektriciteitsnet komt – wordt verzorgd en betaald door de Nederlandse overheid en daarmee dus door de belastingbetaler. Dit is in september 2018 ook nog eens bevestigd door de Algemene Rekenkamer: ook windmolens op zee krijgen subsidie, tot en met 2023 is daar 4 miljard euro voor gereserveerd. Lees meer hierover in het nieuwsbericht en achterliggende rapport van de Algemene Rekenkamer.

 

Bij windmolens op land komen al deze voorbereidingen en kosten voor rekening van de initiatiefnemers van de windmolens. Bij het maken van een plan voor windmolens is dit een grote kostenpost en ook het meest risicovol. Stel dat alle voorbereidingen worden getroffen, maar het plan uiteindelijk toch niet mag worden uitgevoerd? Dan zijn de initiatiefnemers al het geld dat ze erin hebben gestoken kwijt.

Bij wind op zee neemt de overheid dat risico en die kosten over van de bedrijven die de windmolens willen bouwen. Daardoor kunnen die bedrijven goedkoper windmolens bouwen. Daarom zeggen nu sommige bedrijven dat ze in de exploitatie – dus als de windmolens er staan en stroom opwekken – geen subsidie meer nodig hebben. Maar dat kan dus alleen omdat deze windmolens op zee in het voortraject subsidie en andere vormen van staatssteun hebben ontvangen.

 

Verder kost het ongeveer evenveel om met een windmolen op land een kilowattuur groene stroom op te wekken als met een windmolen op zee. Al jaren daalt de kostprijs van elektriciteit die wordt opgewekt door windmolens op land. Daardoor daalt ook de subsidie die deze windmolens krijgen hard. Windmolens op land zijn en blijven één van de meest kostenefficiënte vormen van duurzame energie. De verwachting is zelfs dat wind op land op relatief korte termijn (in 2025) zonder subsidie kan, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van branchevereniging NWEA. U kunt dat onderzoek 'Kostprijsanalyse Windenergie op Land' hier vinden.

Hoe zit het met de subsidie op windmolens?

Stroom opwekken met windmolens is vooralsnog duurder dan met bijvoorbeeld een kolencentrale. Om de productie van duurzame elektriciteit te stimuleren, verstrekt de Nederlandse overheid subsidie aan exploitanten van windmolens. Deze SDE+-subsidie vergoedt het verschil tussen de kostprijs van duurzame energie en de opbrengst van grijze energie uit kolen- en gascentrales. Zo kunnen windmoleneigenaren hun gemaakte kosten terugverdienen, maar tegelijkertijd hun stroom met een concurrerende prijs aanbieden aan consumenten.

 

Deze SDE+-subsidie daalt elk jaar. De Rijksoverheid kijkt naar de ontwikkelingen in de markt en door innovaties worden windmolens steeds groter en efficiënter. Daardoor daalt de kostprijs van windenergie en besluit de overheid vervolgens de SDE+-subsidie te verlagen. Zo worden exploitanten van onder andere windmolens gestimuleerd steeds efficiënter te werken en hun kostprijs te verlagen.

 

Overigens zijn windmolens één van de goedkoopste vormen van duurzame energie. Voor grote velden met zonnepanelen is bijvoorbeeld tientallen procenten meer subsidie nodig om de kosten te dekken. Uit berekeningen blijkt dat dit verschil nog jaren zal blijven bestaan. Uit onderzoek in opdracht van branchevereniging NWEA blijkt dat windmolens op land in 2025 zonder subsidie kunnen. U kunt dat onderzoek 'Kostprijsanalyse Windenergie op Land' hier vinden.

 

De SDE+-subsidie wordt pas achteraf uitgekeerd, over de stroom die de windmolen daadwerkelijk heeft opgewekt. Als er te weinig wind is, wekt de windmolen niks op en wordt er dus ook geen SDE+-subsidie uitgekeerd. Bovendien wordt de subsidie verrekend met de elektriciteitsprijs: als de elektriciteitsprijs hoger is, krijgen exploitanten van windmolens minder subsidie per opgewekte kilowattuur (kWh). De verwachting is dat de SDE+-subsidie de komende jaren verder daalt en waarschijnlijk zelfs verdwijnt. Ook is een verwachting dat de elektriciteitsprijs zal stijgen, al blijft dat lastig te voorspellen. Indien dat gebeurt, is er dus nog minder subsidie nodig.

 

Voordat een windmolen wordt geplaatst, wordt goed in beeld gebracht wat het windaanbod is op die locatie, vaak met windmetingen. Aan de hand van deze meting is de te verwachten opbrengst van de windmolen goed te berekenen. Als daaruit blijkt dat het hier niet hard genoeg waait, zal geen bank of andere financier deze windmolen financieren en komt er dus geen windmolen. De subsidie die pas achteraf wordt uitgekeerd, verandert daar niets aan.

 

Als bedrijven die stroom maken uit kolen en gas ook zouden opdraaien voor de schade die hun CO2- uitstoot veroorzaakt, zou windenergie de goedkoopste vorm van elektriciteit zijn. De CO2-uitstoot van kolen en gas zorgt namelijk voor klimaatverandering. Het kost miljarden om Nederland aan te passen aan onder andere de hogere zeespiegel en hardere regenbuien als gevolg van klimaatverandering. Ook zorgt verbranding van kolen en gas voor luchtverontreiniging en daardoor voor gezondheidsklachten. Deze maatschappelijke kosten neemt de samenleving als geheel nu voor haar rekening en niet de energiebedrijven die deze schade veroorzaken.

Hoe zit het met geluid?

Veruit het meeste geluid van een windmolen wordt veroorzaakt door de luchtstroming om de draaiende wieken. Het windmolengeluid is niet constant en hangt af van de windsnelheid. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van stillere windmolens en deze ontwikkelingen gaan nog steeds door. Om geluidshinder voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden, zijn er wettelijke normen opgesteld voor windmolens:

  1. De eerste norm voor het geluid van windmolens is Lden 47 dB (decibel). Dit is de hoeveelheid geluid die gemiddeld over een jaar buiten op de gevel van geluidsgevoelige objecten zoals woningen van derden, scholen en zorgcentra mag ontstaan. Dit mag gemiddeld over een jaar niet meer dan 47 dB zijn. In het getal Lden zijn voor de avond en nacht extra toeslagen verwerkt, waardoor het werkelijke gemiddelde geluidniveau ongeveer 6 dB lager is dan Lden 47 dB. Lden staat voor day, evening, night.

     

  2. De tweede norm is Lnight 41 dB. Deze norm is specifiek voor de nacht. Dit werkt hetzelfde als de norm van Lden 47 dB, maar het verschil is dat het geluid ’s nachts buiten op de gevel dan gemiddeld over een jaar niet meer dan 41 dB mag zijn.

Een grotere windmolen mag niet meer geluid op de gevel van een woning van derden veroorzaken dan een kleinere windmolen. Ook het aantal windmolens maakt niet uit: de maximale hoeveelheid geluid die op de gevel van een woning van derden mag worden veroorzaakt, blijft ook bij meerdere windmolens maximaal Lden 47 dB.

 

Hinder van geluid van windmolens?

Als het geluid op de gevel minder is dan volgens de regels maximaal mag, betekent het niet dat er kan worden gegarandeerd dat de windmolens nooit te horen zijn. Wel blijkt uit de praktijk dat de overgrote meerderheid van omwonenden met deze normen geen hinder ondervindt.

 

Uit onderzoek (dosiseffect-relaties) dat is gedaan naar het geluid van windmolens blijkt dat gemiddeld 8 procent van omwonenden binnenshuis hinder ervaart als het geluid op de gevel van de woning gelijk is aan de wettelijke norm (Lden 47 dB). Dit zijn bewoners van huizen waarbij de windmolen zoveel geluid maakt als wettelijk maximaal is toegestaan. Veel huizen staan verder weg van een windmolen waardoor de windmolen minder goed te horen is. Het aantal mensen dat hinder ervaart van het geluid wordt daardoor ook minder (volgens de dosiseffect-relatie). Als het geluid van windmolens op de gevel van huizen bijvoorbeeld Lden 45 dB is in plaats van Lden 47 dB, ervaart gemiddeld 5 procent van de omwonenden hiervan binnenshuis hinder.

 

Of mensen last hebben van het geluid, is vaak een persoonlijke ervaring. Wie principieel tegen windmolens is, zal eerder de windmolens horen en zich daaraan ergeren. Die ervaart dus overlast. Maar wie wel vóór windmolens is of bijvoorbeeld via een coöperatie mede-eigenaar is, hoort de windmolens vaker niet of nauwelijks en ervaart ze niet als overlast, zo blijkt uit onderzoek. In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat bevestigd.

 

Werkelijke gemiddelde geluidbelasting is lager dan 47 decibel

Een vraag die met name vanwege het woord ‘gemiddeld’ bij bijvoorbeeld omwonenden van (beoogde) windmolens ontstaat, is of de geluidsnorm van jaargemiddeld Lden 47 decibel betekent dat het geluid van een windmolen bij een woning ook boven 47 decibel kan komen als het op andere momenten dan onder de 47 decibel is. Dat is niet zo.

 

De Lden is een theoretisch getal dat door de straffactoren hoger ligt dan de werkelijke gemiddelde geluidbelasting. Daardoor is het maximale geluid dat op de gevel van een woning kan ontstaan lager dan 47 decibel. Een belangrijke toevoeging hierbij is dat hierbij wordt uitgegaan van woningen waarbij op de gevel de maximale toegestane geluidsbelasting ontstaat. Het overgrote deel van de woningen zal buiten deze maximale grens liggen. Daarnaast is een windmolen continu in bedrijf. Daar waar het wellicht in theorie mogelijk is om aan het gemiddelde te voldoen met een kortstondige hoge piekbelasting en een lange tijd heel weinig geluid, zal dat in de praktijk door de aard van een windmolen niet gebeuren.

 

Waarmee kan ik het geluid van een windmolen vergelijken?

Deze illustratie vergelijkt het geluid van een windmolen met andere geluidsbronnen (tekst loopt door onder de afbeelding):

 Image not found

Laagfrequent geluid

In de geluidsnormen wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid. Als wordt voldaan aan de norm, biedt dat voldoende bescherming tegen dit type geluid. Bovendien produceren windmolens slechts in beperkte mate laagfrequent geluid. Een snelweg bijvoorbeeld produceert aanzienlijk meer laagfrequent geluid.

 

In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat bevestigd. Laagfrequent geluid van windmolens speelt geen bijzondere rol en leidt niet aantoonbaar tot nadelige gezondheidseffecten. Het enige bekende effect van windmolens is dat het geluid hinder kan geven, maar daarom zijn er geluidsnormen die deze hinder zoveel mogelijk beperken. Of iemand hinder ervaart van het geluid van windmolens, is bovendien niet alleen afhankelijk van het aantal decibellen, maar ook van hoe goed bijvoorbeeld omwonenden zich betrokken voelen bij de plaatsing van windmolens.

 

Er wordt ook gesproken over een norm die in Denemarken geldt voor laagfrequent geluid. De Nederlandse norm voor geluid en deze Deense norm komen in de praktijk nagenoeg overeen. Dat blijkt ook uit onderzoek dat is gedaan bij twee nieuwe windparken in Nederland met grote, moderne windmolens. Door te voldoen aan de Nederlandse geluidsnorm wordt hier ook voldaan aan de Deense norm voor laagfrequent geluid.

 

Lees meer hierover en over de geluidsnorm bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en in dit artikel. In dit artikel wordt meer toegelicht over het geluid van windmolens en gezondheid van bijvoorbeeld omwonenden.

Hoe zit het met slagschaduw?

Met slagschaduw wordt de schaduw bedoeld die ontstaat als de zon tegen de wieken van de windmolen schijnt. Doordat de wieken bewegen, beweegt deze schaduw ook. Als deze bewegende schaduw over bijvoorbeeld ramen van woningen gaat, kunnen omwonenden dat als hinderlijk ervaren. In de wet zijn voorschriften opgenomen om hinder door slagschaduw te beperken. Dat betekent dat de gevel van zogeheten gevoelige objecten – zoals woningen, scholen en zorgcentra – maximaal 6 uur per gemiddeld jaar mag worden geraakt door de slagschaduw. De hoogte van de windmolen of het aantal windmolens maakt daarbij niet uit: de gevel mag maximaal 6 uur per gemiddeld jaar worden geraakt door de slagschaduw.

 

Speciale software in de windmolens zorgt dat de windmolens automatisch worden stilgezet om te zorgen dat bijvoorbeeld woningen niet meer dan 6 uur per jaar worden geraakt door de slagschaduw. Bij deze berekeningen wordt ervan uitgegaan dat woningen gevels hebben met grote ramen. Ook wordt ervan uitgegaan dat er geen objecten zoals bomen tussen de woning en de windmolen staan. In de praktijk kunnen bijvoorbeeld bomen de slagschaduw voorkomen. Het valt heel precies te berekenen wanneer ergens slagschaduw ontstaat, aan de hand van de stand van de zon. Daardoor is dit goed te regelen en daar is inmiddels veel ervaring mee met de vele windmolens die al in Nederland staan.

 

Of slagschaduw hinderlijk is, is sterk afhankelijk van de positie van de woning ten opzichte van de windmolen. Als de windmolen bijvoorbeeld ten noorden van een woning staat, zal dat huis niet of nauwelijks worden geraakt door de slagschaduw. De zon schijnt immers nooit vanuit het noorden en kan dus een woning die ten zuiden van een windmolen staat niet raken. Op onderstaande tekening kunt u zien hoe de slagschaduw werkt:

 

Lees hier en hier meer over slagschaduw en de norm die daarvoor geldt.

Wat is het effect van een windmolen op de gezondheid van omwonenden?

Er is geen direct verband tussen windmolens en een verslechterende gezondheid van omwonenden. Windmolens maken mensen niet ziek. Daar is veel onderzoek naar gedaan. De regels en normen voor windmolens zijn ingesteld om omwonenden te beschermen.

Wat wel kan gebeuren, is dat bijvoorbeeld een omwonende principieel tegen windmolens is. Als die dan toch in zijn of haar omgeving komen en de omwonende kan de windmolens bijvoorbeeld ook zien, dan kan dat deze omwonende irriteren. Als die irritatie blijft, kan dat stress opleveren en op de lange termijn is dat niet gezond. Maar dat heeft er meer mee te maken hoe iemand omgaat met de komst van windmolens dan dat windmolens zelf omwonenden ziek maken.

Verder kan bijvoorbeeld geluid hinderlijk zijn voor omwonenden. Dat geldt voor alle vormen van geluid, bijvoorbeeld ook het geluid afkomstig van wegen en bedrijventerreinen. Als geluid erg hinderlijk wordt, kan dat stress opleveren en op de lange termijn is dat ongezond. Daarom zijn er strenge normen voor windmolens ingesteld die omwonenden beschermen tegen te veel hinder, zodat hun gezondheid wordt beschermd. Dit gebeurt volgens dezelfde systematiek waarmee omwonenden worden beschermd tegen geluidshinder van bijvoorbeeld een drukke weg. Hierin wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid.

Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de mate waarin een omwonende hinder ervaart niet alleen wordt veroorzaakt door het aantal decibellen dat die persoon hoort. Zowel het RIVM, de GGD als de Wereldgezondheidsorganisatie stellen duidelijk dat omwonenden minder hinder ervaren als zij goed worden betrokken bij de planvorming voor de windmolens en/of als zij er financieel voordeel van hebben. In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat nogmaals bevestigd.

Lees meer over het geluid van windmolens en de gezondheid van bijvoorbeeld omwonenden in dit artikel.

 

Laagfrequent geluid

In de geluidsnormen wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid. Als wordt voldaan aan de norm, biedt dat voldoende bescherming tegen dit type geluid. Bovendien produceren windmolens slechts in beperkte mate laagfrequent geluid. Een snelweg bijvoorbeeld produceert aanzienlijk meer laagfrequent geluid.

In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat bevestigd. Laagfrequent geluid van windmolens speelt geen bijzondere rol en leidt niet aantoonbaar tot nadelige gezondheidseffecten. Het enige bekende effect van windmolens is dat het geluid hinder kan geven, maar daarom zijn er geluidsnormen die deze hinder zoveel mogelijk beperken. Of iemand hinder ervaart van het geluid van windmolens, is bovendien niet alleen afhankelijk van het aantal decibellen, maar ook van hoe goed bijvoorbeeld omwonenden zich betrokken voelen bij de plaatsing van windmolens.

 

Er wordt ook gesproken over een norm die in Denemarken geldt voor laagfrequent geluid. De Nederlandse norm voor geluid en deze Deense norm komen in de praktijk nagenoeg overeen. Dat blijkt ook uit onderzoek dat is gedaan bij twee nieuwe windparken in Nederland met grote, moderne windmolens. Door te voldoen aan de Nederlandse geluidsnorm wordt hier ook voldaan aan de Deense norm voor laagfrequent geluid. U kunt deze notitie hier lezen.

 

Lees meer hierover en over de geluidsnorm bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Ook in dit artikel staat meer informatie over geluid en de geluidsnormen.

 

Informatie van GGD en RIVM

In 2017 publiceerden de GGD en het RIVM een (Engelstalig) rapport over het geluid van windmolens en gezondheid. U kunt dit rapport hier lezen.

Hieronder volgen enkele citaten uit dit rapport:

 "Perhaps the low frequency component of wind turbine sound also leads to extra annoyance, as is the case with other sources. However, there is no evidence of an effect specifically related to the low frequency component. It has been suggested that a direct effect of infrasound on persons has been underestimated, but available knowledge does not support this."

 

"Infrasound and low frequency sound from wind turbines have been suggested to pose unique health hazards. There is no scientific evidence to support this. The levels of infrasound involved are comparable to the level of internal body sounds and pressure variations at the ear while walking."

 

"Infrasound from wind turbines is not loud enough to influence the sense of balance (i.e. activate the vestibular system), except perhaps for persons with a specific hearing condition (SCDS). Effects such as dizziness and nausea, or motion sickness, can be an effect of infrasound, but at much higher levels than wind turbines produce in residential situations."

 

"Vibroacoustic disease (VAD) and the wind turbine syndrome (WTS) are controversial and scientifically not supported. At the present levels of wind turbine sound, the alleged occurrence of VAD or WTS are unproven and unlikely."

Meer informatie over gezondheid in relatie tot windmolens is hier te vinden:

Komen er knipperende lampen op de windmolen?

Bij windmolens met een tiphoogte van 150 meter of hoger, is het verplicht om er lampen op te plaatsen. Maar deze rode lampen zullen 's avonds en 's nachts niet knipperen. 

 

De lampen zijn verplicht vanwege de luchtvaartveiligheid. Windmolens zijn hoog en om zeker te weten dat piloten de windmolens ook in het donker kunnen zien, moeten er lampen op worden bevestigd. Vroeger moesten deze lampen 's avonds en 's nachts knipperen, maar dat hoeft inmiddels niet meer. Doordat omwonenden aangaven de knipperende lampen hinderlijk te vinden, is er gezocht naar minder hinderlijke obstakelverlichting, zoals de lampen formeel heten. Dat heeft ervoor gezorgd dat de lampen niet meer knipperen, maar vastbrandend mogen zijn.

 

Bij windmolens van een tiphoogte van 150 meter of hoger, komen er altijd lampen op de gondel (het ‘huisje’ bovenop de mast van de windmolen). Bij windmolens met een tiphoogte van hoger dan 150 meter moeten ook halverwege de mast lampen komen. Bij windmolens met een tiphoogte van 210 meter of hoger moeten er volgens de regels ook op 1/3 en 2/3 hoogte van de mast lampen komen. Deze lampen op de mast branden wel veel minder fel dan de lampen op de gondel.

 

Verder mogen de lampen bij helder weer worden gedimd. Hoe helderder het weer, hoe verder de lampen mogen worden gedimd. Als het weer helder genoeg is, mogen de lampen tot 10 procent van hun gebruikelijke sterkte worden gedimd (dus een reductie van 90 procent van de lichtsterkte). 
Daarnaast mag worden geprobeerd de lampen vanaf de grond minder goed zichtbaar te maken, mits de verlichting voor vliegtuigen wel goed zichtbaar blijft.

 

De zoektocht naar obstakelverlichting die nog minder hinder veroorzaakt, gaat intussen volop door. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar lampen die in beginsel uit staan en pas aangaan als er een vliegtuig in de buurt is. Een radartechniek die dit mogelijk maakt, is inmiddels toegestaan. Wel zitten hier nog de nodige haken en ogen aan, met name op het gebied van techniek en kosten. Daardoor kan deze techniek naar alle waarschijnlijkheid niet bij alle windmolens in Nederland worden toegepast. Er wordt mede daardoor nog steeds gezocht naar andere technieken die hetzelfde effect kunnen hebben, maar beter toepasbaar zijn.

Meer informatie over obstakelverlichting leest u op de website van de Rijksoverheid.

 

Worden huizen minder waard door een windmolen?

Uit het onderzoek dat hier tot nu toe naar is gedaan, blijkt dit mee te vallen. Woningen worden hooguit een paar procent minder waard. Ook is uit onderzoek gebleken dat dit effect tijdelijk kan zijn, dus dat de waarde van een woning na een tijdje weer stijgt.

De waarde van een huis hangt van veel factoren af. Dat zegt onder meer de NVM, vereniging van makelaars. Bij de taxatie van een woning hangt de uitkomst af van de staat van onderhoud, grootte van het huis en perceel, de indeling, constructie, de gebruikte materialen, hoe energiezuinig het is, het bestemmingsplan, grondrechten, de marktsituatie op dat moment en inderdaad ook de ligging en omgeving van het huis.

Uiteraard kan een windmolen invloed hebben. Net zoals wegen, bedrijven of een buurman die een extra schuur bouwt. Bovendien is de kans groot dat over een paar jaar veel mensen relatief in de buurt van een windmolen wonen. Dat is het gevolg van de broodnodige omschakeling naar schone energie uit onder meer windmolens. Er ontstaat een nieuwe realiteit en ook dat weegt mee in uiteindelijke bepaling van de woningwaarde.

Zijn er verhalen bekend over wat omwonenden vinden van windmolens in hun omgeving?

Regionale kranten De Gelderlander en de Stentor hebben omwonenden van windmolens gevraagd hoe het is om in de buurt van windmolens te wonen. Lees hier het artikel in De Gelderlander en hier het artikel in de Stentor. Uit deze artikelen blijkt dat deze omwonenden eigenlijk zonder problemen bij deze windmolens wonen.

 

Verder is aan omwonenden en bedrijven rond twee windmolens in Deventer gevraagd hoe zij deze windmolens beleven. Meer daarover leest u hier en hier.

 

Duurzaam energiebedrijf Pure Energie heeft aan Nanette Hagens, omwonende van de windmolen in 's-Hertogenbosch, gevraagd hoe het is om in de buurt van die windmolen te wonen. Lees hier het interview met haar of klik hier voor de video van het interview.

 

Sinds mei 2015 staan in Ede twee windmolens aan de westzijde van de A30, ter hoogte van bedrijventerrein A12. In september 2015 is een peiling uitgevoerd onder het Inwonerspanel van de gemeente Ede om de mening van bewoners over windmolens in Ede in beeld te brengen. Klik hier om de resultaten daarvan te lezen.

 

De meeste inwoners hebben weinig last van de windmolens, blijkt uit de peiling van de gemeente Ede. Het overgrote deel (87 procent) ervaart geen overlast. Met overlast bedoelen inwoners vooral landschapsvervuiling; geluidsoverlast komt sporadisch (1x) voor. Van de inwoners die weten dat er windmolens zijn, geeft 83 procent aan ze niet te zien of te horen. Twee inwoners geven aan dat zij de windmolens kunnen zien en horen en 16 procent geeft aan de windmolens te kunnen zien.

 

Ook Natuur & Milieu heeft omwonenden van windmolens gesproken. Lees hier de artikelen daarover.

 

Uit onderzoek van het CBS (oktober 2018) blijkt dat bijna 70 procent van de Nederlanders er geen moeite mee heeft of er neutraal tegenover staan als er windmolens in hun woonomgeving komen. Lees hier het volledige onderzoeksrapport.

Hebben dieren last van een windmolen?

De sterfte van vogels door windmolens is zeer gering vergeleken met andere doodsoorzaken (katten, verkeer, ramen, landbouw, jacht, hoogspanningsleidingen). Toch kunnen vogels sterven door windmolens, net als bijvoorbeeld vleermuizen. Daarom is bij elk initiatief voor windmolens goed onderzoek nodig. Daarbij wordt met name gekeken hoeveel extra sterfte van dieren er te verwachten is, of dit gevolgen heeft voor de instandhouding van de populatie en of er maatregelen nodig of mogelijk zijn.

Hoe werkt een windmolen en hoe wordt deze gebouwd?

Meer over hoe een windmolen werkt, wordt eenvoudig uitgelegd in dit filmpje

Hoe wordt een windmolen gebouwd? Klik hier om daarover een filmpje te zien.

Is groene stroom wel echt groen?

In het tv-programma 'Zondag met Lubach' van 4 februari 2018 is aandacht besteed aan groene stroom. Hieruit blijkt dat veel Nederlanders op papier thuis groene stroom hebben, maar dat in de praktijk dit vaak toch niet zo is. Ook laat het zien dat er nog veel meer duurzame energie moet worden opgewekt in Nederland om aan de klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen. Klik hier om het filmpje te bekijken.

De Consumentenbond, Greenpeace, WISE en Natuur & Milieu onderzoeken ook elk jaar hoe duurzaam de Nederlandse energieleveranciers zijn: welke energiemaatschappij levert echt groene stroom en welke niet? Lees daar meer over op de website van de Consumentenbond. Hier is ook het recentste onderzoeksrapport naar de Nederlandse energieleveranciers te vinden.

Draaien windmolens altijd?

Ja, in principe wel. Maar een windmolen staat ook wel eens stil. Bijvoorbeeld voor onderhoud of als het niet waait. Dit laatste komt beperkt voor. Moderne windmolens hebben erg weinig wind nodig om toch te draaien en elektriciteit op te wekken. Ook bij hele harde wind (windkracht 9-10) kan een molen uit veiligheidsoverwegingen worden uitgezet, maar dit komt ook zelden voor. Daarnaast wordt een molen ook wel eens stilgezet om slagschaduw op nabijgelegen woningen te voorkomen (bij een bepaalde stand van de zon).